De start van de Nederlandse kinderliteratuur in de 18e eeuw / Literatuurgeschiedenis

In deze video bespreekt Jörgen de start van de Nederlandse kinderliteratuur, oftewel het moment dat kinderen een literaire doelgroep werden. Aan het einde van de 18e eeuw verschijnen er ineens vele boeken voor kinderen met een sterk pedagogische lading. De dichtbundel Proeve van kleine gedigten voor kinderen van de Utrechtse advocaat Hieronymus van Alphen betekende een omslagpunt in de Nederlandse kinderliteratuur.

Geciteerde boeken:
Hieronymus van Alphen – Proeve van kleine gedigten voor kinderen
J.F. Martinet – Kleine katechismus der natuur voor kinderen
Margareta Cambon-Van der Werken – De kleine Grandisson, of de hoorzaame zoon
Nicolaas Anslijn Nz. – De brave Hendrik

Ook genoemd:
Annie M.G. Schmidt – Ik ben lekker stout

Meer lezen / bronnen:
Inger Leemans & Gert-Jan Johannes (2017), Worm en donder, Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam.
P.J. Buijnsters (1989), ‘Nederlandse kinderboeken uit de achttiende eeuw’, in: De hele Bibelebontse berg, De geschiedenis van het kinderboek in Nederland & Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden, Amsterdam: EM. Querido’s Uitgeverij.
H. Bekkering (1993), ‘Oktober 1955: De Gouden Griffel wordt voor de eerste maal uitgereikt’, in: Nederlandse Literatuur, een geschiedenis, Groningen: Nijhoff.

Het realiteitseffect volgens Roland Barthes

‘Kunst erkent het bestaan van ruis niet.’

In zijn artikel ‘L’Effet de Réel’ uit 1968 legde de Franse literatuurwetenschapper Roland Barthes uit hoe je verhaalelementen die ogenschijnlijk betekenisloos zijn als realiteitseffect kun zien. Bij deze theorie zijn ook wat kanttekeningen te plaatsen.

Bronnen:

Roland Barthes; Lionel Duisit, An Introduction to the Structural Analysis of Narrative, New Literary History, Vol. 6, No. 2, On Narrative and Narratives. (Winter, 1975), pp. 237-272.
Link: https://www.uv.es/fores/Barthes_Structural_Narrative.pdf

Roland Barthes, “The reality effect” from Tzvetan Todorov; R. Carte (trans.), French literary theory today: a reader (1982), pp. 11-17, LITERATURE A 21 TOD: Cambridge University Press.
Link: http://ls-tlss.ucl.ac.uk/course-materials/HIST6308_41590.pdf

Originele, Franstalige bronnen:
Introduction à l’analyse structurale des récits – https://edisciplinas.usp.br/pluginfile.php/1015070/mod_resource/content/1/comm_0588-8018_1966_num_8_1_1113-analyse%20structurale.pdf
L’Effet de Réel – https://www.persee.fr/doc/comm_0588-8018_1968_num_11_1_1158

Waarom we personages nodig hebben

In deze video bespreekt Jörgen het verschil tussen mensen en personages. Wellicht is dat verschil kleiner dan wat mensen denken.

Over lijstjes, queerliteratuur, personages die doen alsof ze mensen zijn, rechtszaken, een mogelijke wereld en de overeenkomst tussen schrijven en liegen.

Geciteerde werken:
Anna Blaman – Eenzaam avontuur
William Golding – Heer van de vliegen
Franz Kafka – Het proces
George Orwell – Animal Farm
Harry Mulisch – Siegfried
Leon de Winter – VSV
Ross Goodwin – 1 The Road
Multatuli – Max Havelaar
J.R.R. Tolkien – De hobbit
Astrid Holleeder – Judas
Anoniem – Karel ende Elegast
Connie Palmen – De erfenis

12 van de mooiste beginzinnen uit de Nederlandse literatuur (nr. 13-24)

In deze video vind je twaalf van de mooiste beginzinnen uit de Nederlandse literatuur:

Louis Couperus – De stille kracht
Willem Elsschot – Het dwaallicht
Marente de Moor – Roundhay, tuinscène
Harry Mulisch – Twee vrouwen
Arthur Japin – Een schitterend gebrek
Jan Wolkers – Turks fruit
Tom Lanoye – Sprakeloos
Remco Campert – Het leven is vurrukkulluk
Connie Palmen – Jij zegt het
Peter Terrin – Monte Carlo
Nelleke Noordervliet – Vrij man
Annelies Verbeke – Slaap!

De IK in WIJ: een extra verteller

In deze video bespreekt Jörgen hoe het wij-perspectief in De heilige Antonio van Arnon Grunberg een extra, derde verteller oplevert.

De zoektocht naar deze verteller loopt via het vertelschema van Franz Karl Stanzel, het jij-perspectief en het gebruik van wij-zinnen.

Besproken werken:
Arnon Grunberg – De heilige Antonio
Harry Mulisch – De elementen
Hafid Bouazza – Momo